
Mei 2026: 94 jaar Lohuis Transporten Nijverdal
ZakelijkHet begint op te vallen dat meerdere transportbedrijven in Twente gestart zijn in de periode tussen WO I en WO II. Zo ook Lohuis Transporten te Nijverdal, gestart als bodedienst, uitgegroeid tot een mooi en gezond transportbedrijf en “vrij van de bank”. In gesprek met de derde generatie Henk Lohuis (47) over elektrisch rijden, cable pooling en het rendement van een hedendaags transportbedrijf.
NIJVERDAL – Drie planners inclusief Henk zelf, ieders drie beeldschermen met een plansysteem en voertuigenposities voor zich vormen naast uiteraard de chauffeurs, het kloppende hart van een hedendaags transportbedrijf. Henk Lohuis kreeg aan de keukentafel bij zijn ouders de gebruikelijke sores van de dag mee. “Zelf doe ik dat thuis nauwelijks. Als ik ’s avonds naar huis rij, kan ik de zaak loslaten”.
Kolen en turf
Opa Lohuis startte in mei 1932 met een bodedienst met paard en wagen dat later werd uitgebreid met de handel in kolen en turf. De tijd van een gasloze maatschappij. “Het bedrijf is gestart aan de Rijssenstraat, daar in de buurt van slagerij Pennings en de speelgoedwinkel Schippertje. Later verhuisde het bedrijf naar de Smidsweg, daar waar nu een appartementencomplex is gerealiseerd. Het perceel grensde aan de achterkant nog aan de Rijssensstraat. Mijn vader Jan en oom Leen Lohuis zetten het bedrijf voort. Kolen en turf raakten met de komst van gas meer en meer op de achtergrond”. In 1977 werd Lohuis Brandstoffen Nijverdal BV opgericht met als dochteronderneming Lohuis Transporten Nijverdal BV. Het enige aan brandstof wat we nu nog doen is het vullen van gasflessen. Dat loopt mooi door met een toenemende vraag van particulieren die een noodvoorziening wensen. Vanaf 1999 reed ik na mijn schooltijd al op de vrachtauto, later ben ik naar het kantoor gekomen om de planning te gaan doen. In 2001 heb ik de transport BV overgenomen”.
Wat vervoeren jullie vooral?
“We vervoeren al jaren met een 2-tal concullega’s producten die door Wavin Hardenberg worden geproduceerd. Zo’n Wavin wil niet afhankelijk zijn van één transporteur en voor ons geldt hetzelfde. De helft van onze omzet komt overigens nog steeds van Wavin. Verder vervoeren we veel zakgoed met grondstoffen voor de bakkerij industrie, we rijden veel glazen puien en bijvoorbeeld ook heftrucks. We zijn gespecialiseerd in grote diameter plastic, maar ook hele lange lengtes plastic buizen. Gespecialiseerd vervoer is doorgaans redelijk goed voor de marge”.
Wat ging er veranderen toen jij aan het roer kwam?
“Ik ben op zoek gegaan naar meer werk en dat lukte. Toen ik het bedrijf overnam zaten we op een omzet van circa achthonderd duizend guldens. Dat is nu uitgegroeid tot een veelvoud in euro’s. Zeker vanaf de corona-periode kregen we wind goed in de zeilen. Ons sterke punt is het nakomen van afspraken. Woord houden en waarmaken staat bij ons hoog in ’t vaandel. Toen ik het bedrijf overnam was het economische tij niet zo heel plezierig. Daar heb ik leergeld voor betaald, op dát moment is dat niet fijn, maar je móet door. Op dit moment zijn we gelukkig niet meer afhankelijk van de bank, op een paar leases na dan”.
Jullie draaien dus goed?
“We mogen niet klagen. We proberen de kosten laag te houden. We zitten niet in een marmeren pand met veel kantoorluxe. Mijn broer werkt als onderhoudsman bij Nijwa in Rijssen. Wij doen samen al het onderhoud in eigen huis. Moet je eens kijken hoeveel dát scheelt. En vandaag iets stuk gereden, vanavond is het gemaakt. We hebben hier zelf uitleesapparatuur aangeschaft. Dat was niet goedkoop maar we kunnen nu alles zelf. Dat houdt wel in dat we vaak ’s avonds tot tien uur bezig zijn. Het is hard werken en in het transport is het altijd rekenen en puzzelen om leeg terug te voorkomen. Mijn vader van vier en tachtig doet af en toe nog kleine beurten. Mijn moeder van één en tachtig doet nog de vrachtbrievenadministratie. Dat vinden ze leuk om te doen en het houdt ze scherp en betrokken”.
Hoe groot is jullie wagenpark?
“Op dit moment hebben we de beschikking over acht en twintig trekkers en zeven en veertig opleggers. Een aantal trailers zijn geschikt voor heel lang transport en een aantal extra hoge. Vorig jaar kochten we voor zover we het na kunnen gaan de honderdste nieuwe truck, waarvan de meesten door Nijwa zijn geleverd”.
“We hebben allemaal Volvo’s, die bevallen ons prima. Ze zijn in aanschaf wat duurder maar kennen dan wél weer een hogere restwaarde. De auto’s worden uitgerust met lederen bekleding. De jongens zitten er de hele dag op, dus moet het goed zijn. En op verzoek bouwen we drie toplampen op de truck. Verder gaan we niet, dus niet de hele truck rondom voorzien van extra lampen. Dat is niet aan ons besteedt”.
Wanneer komt de eerste elektrische truck?
“Dat is nog niet bekend, maar in verband van een al ontvangen subsidie zal dat wel vóór één oktober dit jaar zijn. Hét probleem is dat er hier in Nijverdal zeker de komende elf jaar niet, elektrisch geladen kan worden. ‘Mercedes Baan’ kwam hier of ik eens zo’n elektrische truck wilde proberen. Mijn antwoord was ‘nee’, want waar moet ik opladen?, hield ik hun voor. Ik zit hier in een plaatselijke werkgroep voor de energietransitie. We hebben zelf al wel zonnepanelen op het pand. We zijn nu aan het kijken of we aan ‘cable pooling’ kunnen doen. Een ondernemer in de buurt heeft ’s nachts veel stroom over, juist op de momenten dat onze trucks zouden kunnen laden. Daar horen natuurlijk wel de bij behorende afspraken en contracten bij. Zo eenvoudig is dat allemaal niet”.
Hoever wil je doorgroeien?
“Ik hoef niet per se heel groot te worden. We kunnen het allemaal goed behappen en we letten goed op de kosten. We hebben twee kinderen, een meisje van zeventien en een jongen van een jongen van veertien. Op dit moment kan ik je nog niet vertellen of ze het bedrijf ooit over zullen nemen”.
Tekst en beeld: Gerard Voortman











