Natuur & Milieu

Toename steen- en boommarters op de Sallandse Heuvelrug

HAARLE - Een steenmarter zorgde afgelopen week voor een grote stroomstoring in de Achterhoek. Het diertje had kortsluiting veroorzaakt in een verdeelstation van Liander.  Zelf overleefde de steenmarter zijn actie niet. Hij werd geëlektrocuteerd en krijgt een plaatsje in Het Natuurhistorisch Museum in Rotterdam waar onder andere ook de mondkapmeeuw en de dominomus te zien zijn. 

Ook op de Sallandse Heuvelrug komen naast boommarters ook steenmarters voor. Voor Staatsbosbeheer bestuderen Paul ten Den en Jaap Mulder het gedrag van deze dieren samen met een aantal studenten. In het kader van Natura 2000 doen zij onderzoek op de heide en in het bos. Het is voor Staatsbosbeheer belangrijk te weten hoe er maatregelen kunnen worden genomen tegen de boom- en steenmarters. Het gaat er in principe niet om de dieren te weren, maar eerder om de andere dieren en vogels op de heide beter te kunnen beschermen.

Beschermde diersoort
“De marters zijn beschermde dieren”, zegt Ten Den. “Staatsbosbeheer wil een ontmoedigingsbeleid voeren, want doden mag je ze niet. Maar de korhoenders (het symbool van het Nationaal Park De Sallandse Heuvelrug) en de nachtzwaluwen verdienen bescherming tegen deze kleine roofdieren. Met name eieren en kuikens zijn een gemakkelijke prooi.”

Pindakaas
Om het beleid van Staatsbosbeheer handen en voeten te geven bekijken de biologen het gedrag van de martersoorten. Daarvoor worden ze gevangen en krijgen ze een klein zendertje. Het gemakkelijkst werkt een gps-zender dan kan het doen en laten van de marter zeer gedetailleerd gevolgd worden. Om een boom- of steenmarter te vangen, wordt een val gezet met pindakaas. “Met pindakaas kun je heel veel dieren vangen”, vertelt Ten Den lachend. “Ik heb ook wel eens een eekhoorn en een bonte specht in mijn val gehad.” 

Tientallen boom- en steenmarters
Voor een leek is het verschil tussen een boom- en steenmarter moeilijk te zien. Op de heuvelrug zitten meer boom- dan steenmarters. Tientallen, weet de onderzoeker.  De populatie groeit. Hij noemt enkele verschillen: “Een boommarter staat hoger op de poten en heeft een donkerder snuit. Zijn keel/ondervacht is geel; bij de steenmarter is dat wit. Maar het onderscheid is niet altijd zo duidelijk. En hij slaapt, anders dan de steenmarter in bomen. De steenmarter is meer te vinden in de bebouwde omgeving.

Noets in het Kattenbos
Één van de aanbevelingen van de onderzoekers is om geen houtstapels te laten liggen in het terrein want die houtstapels zijn uitstekende plekken waar de marters zich kunnen verbergen en slapen. Marters zijn typische nachtdieren, maar ook overdag zijn ze, zij het zelden, wel te zien. Ten Den vertelt over een filmpje van iemand dat hij heeft gezien van een jonge steenmarter in mei. In april/mei worden de jongen geboren. Jonge boommarters lijken veel op jonge katjes. “Het is niet onmogelijk dat mensen denken met een klein katje te doen te hebben, terwijl ze een jonge boommarter zien.” Het zijn prachtige beestjes, vindt Ten Den, net beertjes met een lange staart. Hij vervolgt dat er vlakbij de bebouwing in het Kattenbos, het hondenlosloopgebied, bij Noetsele waar zeker de laatste tijd veel mensen en honden komen, een boommarter woont. “We hebben hem Noets genoemd.”