Afbeelding

Hellendoonse carnavalsprins bij Nijverdalse Gagelkaeltjes

Algemeen

Fons Arkes (51) uit Hellendoorn houdt er wel van buiten de lijntjes te kleuren. Een roze kwast op z’n steek. Roze randjes op z’n cape. Dan weet je dat je als prins Fons 1 van de Nijverdalse carnavalsvereniging De Gagelkealtjes tegen een vraag aanloopt of die accenten ‘soms wat te betekenen hebben’, zoals een collega-prins onlangs aan hem vroeg.

Sinds begin december is Fons carnavalsprins en gaat hij samen met adjudant Niek Brand een jaar lang voor in het feestgedruis in en buiten Nijverdal. Voor wie hem niet kent: Arkes is een duizendpoot die ervan geniet voorop te staan als er iets bijzonders bedacht moet worden. Zoals bij zijn Hellendoornse wielerclub De Tourbuffels.

Wie het moutainbikemania kent, kan zich daar wel een voorspelling van maken. “De Tourbuffels zijn altijd op zoek naar beter, mooier en grootser; we willen de deelnemers immers blijven verbazen”, meldt de organisatie op hun website en Fons is daarvan een van de drijvende krachten. Lekker buiten de lijntjes kleuren.

“Je moet de hokjes laten gaan…”

“Een Hellendoorner als prins van een Nijverdalse carnavalsvereniging?” Sinds zijn aantreden begin december heeft hij die vraag natuurlijk al vele malen moeten beantwoorden. “Nou en? Mensen denken te vaak in hokjes. Waarom? Welke hokjes heb je het over? Hoe groot is het hokje? Europa? Nederland? Overijssel? Twente? De gemeente Hellendoorn? Dorp Hellendoorn? Je moet de hokjes laten gaan.”

“Ze hadden me er al eerder voor gevraagd, maar toen heb ik nee gezegd. Je moet er klaar voor zijn”, vertelt hij over zijn besluit nu ‘ja’ te zeggen op de vraag op hij prins wilde worden. “Het moet wel passen in je leven op dat moment. Het moet kunnen wat betreft werk en privé. Dat paste dit jaar wel mooi… Dacht ik”.

“Ik dacht dat ik er nu klaar voor zou zijn…”

Niet dus. Toen hij vorig jaar maart/april dacht er klaar voor te zijn, wist hij nog niet dat hij kort daarna de kans van z’n leven zou krijgen door de aankoop van een prachtige jaren dertig-woning aan de Gerard Boschstaat in Hellendoorn. Als we hem spreken is hij net bezig in de kelder. Het hele huis is van onder op boven gestript en voorzien van hedendaagse voorzieningen.

“Ik ken veel Gagelkealtjes al heel lang”

Hoe hij terecht komt bij de Gagelkealtjes? “Ik ken een stel van die jongens al heel lang. Deden samen met hen opbouw en afbraak bij festivals, zoals Dauwpop en de Zwarte Cross. En via De Zweef waar mijn jongens toen voetbalden, merkte ik zijdelings wat van carnaval.”

“Binnen onze club (de Tourbuffels) werd al gezegd: jij kan nooit prins worden; je bent een Hellendoorner. Ik heb me altijd al moeten verdedigen of ik al dan niet een echte Hellendoorner ben. Ik vind dat je een echte Hellendoorner bent als je iets betekent voor dat dorp. Maar goed, toen was ik een Hellendoorner.

“De Gagelkealtjes hebben een goede organisatie. Het staat als een huis. Ik heb daar wel een taak. En een voorbeeldrol. Kan het niet maken halverwege het feest lam in een hoek te hangen en cape en scepter kwijt te zijn.”

Adjudant is Niek Brand. Een oude vriend uit Nijverdal. “Die ken ik al vanaf de mavo. Wij zijn yin en yang Hij is heel punctueel. Dat is voor mij makkelijk, want ik leg wat bij hem neer en hij regelt het tot in de puntjes. Ik laat de dingen meer op mij afkomen.”

“Als ik een menigte zie met plezier, kan ik genieten. Als er een staat met een triest gezicht ga ik vragen wat er is. Bij carnaval is iedereen gelijk. Dat vind ik mooi. Dat is belangrijk. Als je de essentie snapt, snap je ook dat het geen zuipfeest is. Natuurlijk, er wordt een biertje gedronken, maar dat is niet het belangrijkste.

Lees het volledig interview met Fons op www.hierinhellendoorn.nl

Afbeelding
Afbeelding